Gebroken hart                                                         


Het was 2012, het jaar waarin mijn moeder is overleden. Het jaar waarin de ziekte leukemie bij mij zijn intrede deed. Onverwacht, ondanks de symptomen die zich al enige jaren manifesteerden. De moeheid, het regelmatig zwaar verkouden zijn. In juni van dat jaar kon ik niet anders dan mij onderwerpen aan een bloedonderzoek wat uiteindelijk mij duidelijk maakte dat er meer aan de hand was en moest worden gedaan. Dat was ook de maand dat er een jong poesje in ons huis was binnengeslopen om bij ons bescherming te zoeken. Zij was haar moeder kwijtgeraakt, toen ik buiten bezig was met de poort naast het huis te maken. Ik dacht eerst dat de grote poes met een konijntje speelde op onze oprit. Het bleek moeder en dochter te zijn. Moeder vluchtte de weide in terwijl het kleine schepseltje zich verstopte in de Lupineplanten  die volop in bloei stonden.

Zij keek verschrikt omhoog naar mij. Ik dacht toen, laat ik haar met rust, dan vindt zij de weg wel terug naar haar moeder.

Dat bleek anders uit te pakken.


Het was al over middernacht heen. Het regende buiten. Ons slaapkamerraam stond op een kier en ik werd plotseling wakker van geluid. Het was het zachte klagelijke geluid van een jong katje. Daar leek het op. Gelijk dacht ik terug aan het diertje van die morgen. Het kon eigenlijk niet anders zijn dan dat het om haar ging. Met mijn zaklamp gewapend ben ik gaan kijken. In mijn pyama, in de regen. Ik zag nergens een katje en ging ervan uit dat deze mogelijk al weer verder was gelopen.

Terug naar bed, maar een halfuurtje later was het geluid weer daar. Opnieuw naar buiten gegaan en wat langer gezocht, maar ook nu geen resultaat. Het was gelukkig niet koud buiten, eerder wat zwoel. Weer binnengekomen ben ik bovenaan de trap gaan zitten wachten of het geluid weer terugkwam.

Ik had de garagedeur op een kier gelaten, zodat het poesje naar binnen zou kunnen komen.

Plotseling hoorde ik het gepiep weer. Maar nu veel dichterbij. Het was in ons huis. Ik had mij dus vergist. Het geluid kwam uit de kast in de gang waar de boiler was. Verscholen achter de de strijkplank zat het poesje van vanmorgen en keek mij angstig aan.


Onze andere poezen hadden totaal niet gereageerd. Of het was mij ontgaan. Marit kwam kijken en we besloten haar in haar werkkamer onder te brengen voor de nacht. Morgen dan maar verder kijken, wat te doen was.

Ik ben op een yogamatje erbij gaan liggen zodat het poesje niet alleen was in die kamer. Eerst verschool ze zich onder het wastafelmeubel. Langzaam kwam ze dichterbij en zat ze onder het pedicuremeubeltje mij aan te kijken. Ik ben langzaamaan in slaapgevallen, het was immers alweer rond 2 uur in de nacht geworden. Ik werd wakker toen het poesje op mij was geklommen en en mijn hals aan het sabbelen was.


Het werd morgen en Marit kwam kijken hoe het met ons ging.  

Eigenlijk waren wij vertederd door haar kleine gestalte en haar manier van doen. Het besluit om met haar naar de dierenarts te gaan was snel genomen.

Na het ontbijt zijn wij naar Klaus Fischl gereden. Een onderzoek volgde en het poesje bleek gezond te zijn. Maar ja, wij hadden Fleurtje en Amber al. Een derde poes erbij zou problemen kunnen geven. Haar weer uitzetten was absoluut geen optie, want de overlevingskans zou zeer gering zijn. Een vos of een auto zouden haar grootste vijand zijn. Misschien werd ze wel ergens vermist, maar waar ?

En dan nog, .... waarom zwierf ze met haar moeder bij ons rond. Een echt thuis had ze kennelijk niet. Elisabeth, onze dierenarts die ook Amber in ons leven heeft gebracht nadat Jenny op een gruwelijke wijze aan haar einde was gekomen, vond het een prima idee dit poesje op te nemen bij ons in huis.

Marit en ik keken elkaar aan en er was geen enkele twijfel. Wij wisten het zeker.


Op weg naar huis begonnen wij na te denken over de naam die wij haar zouden geven. Het moest iets liefs zijn........

Plotseling kwamen wij op de naam Milly. Allebei waren waren wij direct tevreden daarmee en enkele minuten later kwam onze Milly als nieuw huisgenootje definitief in ons leven. Niet wetende hoeveel vreugde en plezier zij ons zou gaan brengen.


Er volgde eerst een week van quarantaine in verband met mogelijke ziekten. Ze had wat probleempjes met haar ogen, zoals de meeste katten dat hebben die buiten leven.

En hoe zou het gaan wanneer wij haar aan Amber en Fleurtje zouden gaan voorstellen?

De Zaterdagnacht hebben wij een matras op de grond gelegd en heeft Marit bij Milly geslapen.

Zondags zou ik dat weer gaan doen. Ook nu ging Milly weer aan mijn hals sabbelen, alsof ze melk wilde hebben van haar moeder. Het voelde heel warm en vertrouwd en ik liet haar haar gang gaan. Ze ging zelfs op mijn hals liggen. Ze was niet zwaar en ik kon dat goed hebben. Plotseling, in mijn slaap, voelde ik wat warms op mijn hoofd waarvan ik dacht dat het zelfs vloeide... en dat beseffende greep ik naar mijn oor en voelde dat Milly in een zittende houding in mijn oor aan het plassen was. Een 'inwijdingsritueel' leek het.......

Ik was gelijk klaar wakker en ben direct gaan douchen. Midden in de nacht. Ik zei tegen Milly dat het nu wel tijd werd dat ze alleen moest slapen op die kamer. En dat ging ook goed de volgende nacht.

De introductie liep eerst best wel goed. Tussen Amber en Milly was gelijk een goede verstandhouding. Fleurtje en Amber konden redelijk goed met elkaar overweg. Maar helaas werd het Fleurtje teveel en er volgde strijd, die wij moeilijk konden aanzien.

Wij begonnen Fleurtje te scheiden van Amber en Milly. Misschien was dat achteraf gezien niet de juiste weg, maar wij stelden zelf de grens, dat Fleurtje de oudste rechten had.

Na enkele dagen vonden wij de draai daarin. Het was lastig met het wisselen van kamers. Of het kijken wie er buiten was en wie binnen.


Milly en Amber sliepen bij ons op de slaapkamer. En natuurlijk moest Milly nog zindelijk worden.

Ze sliep vanaf het begin op mijn bed op een dikke handdoek. Maar ja er is wel eens wat fout gegaan. Milly zat dan pontificaal op bed haar plasje te doen. Gelukkig duurde dat niet lang voordat ze echt wel doorhad dat daar een andere plaats voor was bedacht. De kattenbak op de slaapkamer.


Met mijn gezondheid ging het sterk achteruit. Marit werkte in de mobiele thuiszorg en kwam vaak moe terug van het werk. Op een gegeven moment was het genoeg zei ze. 'Nu ga je bloed laten prikken bij dr Schäfer'. Ik was een zombie geworden. Had nauwelijks meer energie en kon gewoon niet meer vooruitkomen. Met tegenzin gaf ik daaraan gehoor. De uitslag daarvan heeft Marit een kleine week later opgehaald met de mededeling dat ik naar Schäfer moest komen. De bloedwaarden waren zo slecht geworden dat een verwijzing naar het Ziekenhuis in Fürstenfeld nu echt nodig was.


Ondertussen werd ik steeds meer beroerd van een aanhoudende verkoudheid. Wanneer het hoesten teveel werd ben ik gaan slapen op de logeerkamer. Ik had ondertussen het logeerbed van de zolder gehaald en in Marits kamer gezet.

Milly kwam ondanks mijn gehoest elke nacht bij mij op bed slapen en kroop zelfs dicht tegen mijn borst aan. Ik verbaasde mij over haar geduld. Het gehoest stoorde haar totaal niet.

Lag heerlijk te gapen en speelde met Amber, die vanaf het begin haar moedertaak vol overgave op zich had genomen. Het was een genot om te zien


In Juli begon bij mij het traject in het ziekenhuis. De diagnose was in september, nadat er bij mij een beenmergpunctie was gedaan.

Het was Leukemie en had geen keuze meer. Ik moest mij met chemo laten behandelen. In die periode hebben Milly en Amber mijn angst gezien en mij met hun heerlijke spel en hun aandacht voor mij afgeleid van de nare situatie die er nu eenmaal was.


Ook was het vanaf het begin heel duidelijk dat ik Milly's moeder was. Amber accepteerde dat direct en gaf Milly de ruimte de zij nodig had. Daarbij nog steeds mij blij makende met haar spel en de uitdaging.

Milly was geen katje dat 'zomaar', 'toevallig' hier was.....

Zij was met haar hele wezen bij ons, vóór ons. Zij stak dat niet onder stoelen of banken. Overduidelijk liet ze zien dat ze van ons hield. Affectie! Zo zeldzaam.  Met een ontwapenend enthousiasme, soms zelfs wat verlegen en dan weer spontaan op het menselijke af. Soms keek zij met een korte verstolen blik in je ogen, dan weer dromerig of indringend.

Iemand die dat niet zou waarnemen was ziende blind.

Mijn band met Milly was al sterk, maar haar karakter, haar wezen, maakte deze relatie zoveel maal dieper en sterker.

Wanneer ze naar buiten wilde moest ze een halsbandje om.. Dan sprong ze op de bankleuning, bood me haar kopje aan zodat ik haar het bandje kon omdoen. Daarna draaide ze zich om naar de deur en wachtte totdat deze open ging. Dan was het eerst even kijken naar buiten en met een ferme sprong stond ze op het terras, met een voorpootje omhoog in een afwachtende houding, waar zal ik eens gaan kijken....

In Maart 2019 sloeg het noodlot toe. Terwijl wij net klaar waren met ons avondeten, hoorden wij boven op de vide een vreemd gehoest van Milly. Alsof haar wat dwars zat. Beneden gekomen hoorden wij ook een gereutel bij haar ademhaling. En dat werd naarmate de tijd verstreek erger. Milly had het erg benawd. Rond 20.30 waren wij bij de dierenarts, die vrijwel gelijk voorstelde om longfoto's te maken. Er bleek vochtophoping in de longen te zijn. Waarom dat zo was kon de DA niet verklaren. Hij dacht aan een shocklong, misschien door een trauma. Het was wel Alarmstufe ROT! Ze kreeg behandeling met lasix en antibiotica. Het ging haar daarna wel beter.

Na een paar dagen kreeg Milly weer een aanval. Wederom gaf de DA haar de medicamenten die nodig waren, maar het probleem bleef een raadsel. Na een kleine week was de volgende aanval 's avonds zo heftig dat onze DA ons gelijk doorstuurde naar een Tierklinik in Gleisdorf. Deze hebben een 24 uurs noodopname.

Opnieuw onderzoek en Milly werd opgenomen, kreeg zuurstof in een speciale ruimte en de juiste medicatie.

De volgende dag belde de DA cardioloog ons met de mededeling dat er een tumor in haar hartwand gevonden was. Ik heb gevloekt en gehuild. Dat uitgerekend Milly dit moest treffen. Het voelde zo oneerlijk, waarom toch....  De dag erop hebben wij Milly opgehaald van de kliniek. Het gesprek met de arts was enigszins tevredenstellend. Ik had in de tussentijd gerechercheerd op internet en kwam het HCM syndroom tegen. Een chronische verdikking van de hartspierwand . De arts vermoedde dat het dit ook wel kon zijn, omdat hij nog nooit een tumor op die plek had gezien. Vanaf dat moment zou Milly als HCM patiente worden behandeld. Dat betekende 's morgens en 's avonds een kwart tabletje met ontwatering medicijn, 's morgens een bloedverdunner en 's avonds een medicijn om de functie van het hart te ondersteunen.

Het was zoeken naar de minst stress opleverende wijze van toedienen. Die  vond ik al vrij snel. De tablet op een eetlepel fijn malen en dan met wat pasta vermengen. Met mijn vinger smeerde ik het op haar tongetje. Maar ook vaak likte ze het zelf al van mijn vinger af. De bloedverdunner was een bitter medicijn. Deze moest ik in een kneedpasta verstoppen. Eerst at ze het zelf op, maar nadat ze een keer het bolletje had doorgebeten en de bittere stof in haar bekje kwam, begon ze te schuimen. Dat was echt onprettig. Daarna heb ik het bolletje steeds achter op haar tongetje gelegd, en direct daarna met een spuitje met een vloeibare pasta na gespoten. Dat ging praktisch altijd goed.

Er is geen enkel moment geweest in de 10 maanden dat Milly agressief is geweest tijdens de behandeling of dat zij na het ingeven van de medicijnen mij niet meer mocht of mij niet meer wilde zien. Vaak zat ze tevreden haar bekje af te likken, zoals ze ook vaak deed na een gewone maaltijd die haar goed gesmaakt had.  Dat deed ze op een heel bijzondere wijze, op en neer draaiend met haar kopje.... het was leuk om naar te kijken.

Soms kwam ze mij zelfs halen en zat dan geduldig te wachten met een blik in haar ogen, wordt het niet eens tijd dat ik dat medicijn krijg ….

Het was een uiterst geduldig poesje, liet alles over haar heen gaan. Zeldzaam.

Meestal, en zeker in het begin, gingen wij samen naar buiten. Ik liet haar de vrije gang gaan. Ze klom in bomen, rende plots weer met grote sprongen naar ons huis. Alsof er niets aan de hand was. Een keer, toen Marit in juni naar Nederland was, heeft ze een wat zwaardere aanval gehad. Het was zeer benauwd, het regende en onweerde nogal. Milly was niet te vinden buiten. Pas om 20.45 kwam ze drijfnat naar binnen. Ik was boos op haar. Maar toen zag ik de reactie van haar lichaam. De ademnood. Ik heb gelijk de kliniek gebeld. Stond op het punt om er naar toe te rijden. Gelukkig bleek na extra lasix, de ademnood minder te worden en 's nachts om 2 uur, toen ik naar de WC moest kwam ze op mij toegelopen met een uitgestrekt pootje mij begroeten, alsof er niets gebeurd was. Het gereutel was weg en haar ademhaling was rustig geworden.

Hoe vaak heb ik niet haar ademhalingen geteld, om te zien of het goed ging. Maximaal 30 maal per minuut in rust. Ik lette op alle signalen die zij gaf. De kleur van haar tongetje, haar manier van lopen. Haar achterlijfje kon soms wat verlamd lijken. Dat waren heel korte momenten die ons soms al voor de diagnose bij haar waren opgevallen, niet wetende dat dit een dodelijke ziekte zou zijn. Wij dachten dat ze zich misschien verzwikt had met springen.

Ik zat vaak uren met haar buiten in de weide op onze heuvel. Voelde me weleens schuldig dat ik zoveel tijd daaraan besteedde. Maar ik kon niet anders. Genoot van elk moment samen en dacht zo mogelijk niet verder, wetende dat het elk moment anders kon worden.

De controle in Augustus was hoopvol. De arts was tevreden, maar zei wel dat Milly van deze ziekte zeker niet zou genezen. De volgende controle zou dan over een half jaar zijn.

Elke dag zat ze bij ons wanneer wij begonnen met koken, hopende op een stukje vlees of iets lekkers. Zondags was een bijzondere dag, want dan kookte ik altijd. Ik sneed wat extra kip af van de file. Dat deed ik dan in een glas en goot er kokend water over. Tegen de tijd dat wij konden eten, was het ook tijd voor Podium Witteman. Milly zat vaak stilletjes in een hoekje te wachten totdat ik met de borden naar de salontafel kwam. Dan was ze er direct bij. Ik zette een schoteltje neer of gooide het stukje vlees op de grond. Het was een feest voor haar.

De laatste maanden wilde ze graag spelen met een plugje van een koptelefoontje met een groen snoertje. Daar ging ze dan achteraan alsof het een muis was. Zo fel en vol aandacht, gespitst op haar 'prooi'. Wanneer ze dan moe werd, hield het spelen op en kwam ze op de bank liggen op een bruine wollen deken. Dat was een heerlijke plek. Ook lag ze regelmatig in mijn opgetrokken knieën, wanneer ik op de bank zat. Dat waren fijne momenten. Zo vertrouwt.  Wanneer ik haar eten gaf zat ik meestal op mijn knieën op de grond en gaf haar met een lepel vanuit het zakje haar te eten. Dan stond ze met haar warme lijfje tegen mijn hand aangeleund en keek nieuwsgierig of er nog meer in het zakje zat.......heel warme en intieme momenten.

Een ziekte komt dan nog harder aan, wordt de begeleiding en de zorg nog intiemer. De angst om haar welzijn nog sterker.

Dat was moeilijk om te accepteren, maar ook omdat Milly vanaf het begin een deel van mij geworden was.

De avond voor haar overlijden lag ze vaak boven op de vide op een doos en moest haar daar de avond medicatie geven. Daarvoor zat ze meestal op de vleugel te wachten. Toen had ik al het gevoel dat ze moe was en het eigenlijk moe was. De laatste weken zat ze ook vaak weer op de kledingkasten in de slaapkamer. Soms lag ze daar met haar kleine kopje plat op het tuinmeubelkussen heel tevreden en ze vond het daar prima. Op donderdag de 20 ste Februari werd ik om 6 uur wakker. Milly lag naast mij en stond op om te gaan eten. Plotseling begon ze te kotsen. Ze kreeg het benauwd. Daarna volgde alles in een rap tempo. Ze zat beneden bij de kattenbak en had pijn. Ik heb haar naar boven gedragen en toen ze in de woonkamer was bleek dat ze niet meer kon lopen. Dat was het beeld waarvoor ik al die tijd angst heb gehad, want ik wist dat dit voor haar enorm pijnlijk was en dat een afscheid dan onvermijdelijk zou zijn. Gebeld naar de kliniek in Gleisdorf en een kleine drie kwartier later waren wij daar. Onderweg heeft Milly ons nog gebeten in onze duim. Puur uit pijn en paniek. Ik hoop dat de pijnstilling die wij nog in huis hadden, haar pijn iets heeft kunnen verlichten. Het ging daarna heel snel. De arts constateerde de trombose en de verlamde achterkant van Milly. Ze heeft gelijk een narcose gekregen om haar het verder lijden te besparen en direct daarna de injectie om haar eeuwig te laten slapen.

Ik heb innerlijk uitgeschreeuwd, moest huilen.  Haar overlijden voelt als een grote hap uit mijn hart.

Wij hebben Milly vanzelfsprekend meegenomen en twee dagen later begraven in onze tuin, op een plekje dat ik bijna een jaar geleden al voor haar had uitgekozen, mocht het toen verkeerd aflopen. Nu hebben we niet weken, maar zelfs maanden de tijd gekregen om ons daarop voor te bereiden. Maar ondanks dat, het is hard, heel hard !

Ik kan niet anders, dan haar zien als een belangrijk deel van mij, een deel dat ik koesterde en mijn leven werkelijk verblijdde. Daarom vind ik het belangrijk dat ik mijn ervaring met haar opschrijf. Met verhaal en met beeld.

Het is zo belangrijk dat wij mensen leren zien dat dieren ook een ziel hebben. Dat dieren een deel van mensen kunnen worden in hun leven en in ons leven. Een band opbouwen is een keuze met consequenties.

En dat betekent ook dat je het dier een sleutel geeft voor de toegang tot je hart, je ziel. Dat is niet eenvoudig, want het maakt je tegelijkertijd ook kwetsbaar.

Maar de vriendschap die je ervoor terugkrijgt is uiterst puur en vaak dieper dan de vriendschap met mensen. Omdat het onvoorwaardelijk is. Milly is daar voor mij een prachtig voorbeeld van. En daar ben ik je eeuwig dankbaar voor lieve Milly......

Geen pijn meer voor jou, rust zacht lieve Milly, Paul, Neuhaus am Klausenbach 24 februari 2020